Seve van Ass, ambassadeur van Sport Preventie Tandletsel

Seve van Ass, Hockeyer Nederlands team

Bron: Nederlands Tandartsenblad nr. 14 | september 2015

1Tien beschadigde tanden en een gebroken kaak. Dat hield hockeyer Seve van Ass over aan een incident op 10 november 2013 waarbij hij een stick in zijn gezicht kreeg. Het ongeluk was aanleiding voor de hockeybond om het dragen van een bitje sinds 1 juli verplicht te stellen. “Ik hoop oprecht dat mensen zich op een goede manier gaan beschermen.”

Hoe gebeurde het ongeluk precies?
“Het was tijdens een wedstrijd tegen Amsterdam. Ik was aan het verdedigen. Mijn tegenspeler Valentin Verga speelde de bal half langs me en een andere verdediger zette een blok. Ik moest daar omheen. Valentin kwam in het blok terecht, zijn stick bungelde een beetje los en die kwam toen met volle kracht tegen mijn mond. In mijn val zag ik tanden mijn mond uitvliegen, toen wist ik al dat het fout was. Zes boventanden waren er helemaal uit en vier ondertanden zijn afgebroken. Vier boventanden werden meteen gevonden, de andere twee waren verbrijzeld. Ik ben zo snel mogelijk naar het Erasmus MC gebracht. Mijn tanden zaten in een glas melk, ik kon ze niet in mijn wang bewaren omdat het erg bloedde. Een kaakchirurg heeft me in het ziekenhuis geholpen. Uiteindelijk zaten de tanden die nog heel waren zo’n twee uur na het ongeluk er weer in.”

Wat ging er op het moment van het ongeluk door u heen? Dacht u dat uw hockeycarrière voorbij zou zijn?
“Daar heb ik geen moment aan gedacht. Omdat ik bijna geen tanden meer in mijn mond voelde, was dat op dat moment mijn grootste zorg. Ik was niet thuis in de tandheelkundige wereld, maar als je ziet dat je zoveel tanden kwijt bent, weet je dat het niet best is. Als in een film zag ik mezelf in slow-motion vallen en de tanden mijn mond uitvliegen. Sommige jongens zeiden dat ze direct zouden zijn gestopt met hockey als hen dit was overkomen. Maar daar heb ik geen moment over nagedacht.”

Hoe heeft u de periode na het ongeluk ervaren?
“Die was heel heftig. De week erna was ik gesloopt van alles wat er over me heen kwam. Je maakt alles extreem mee. Ik weet nog het moment dat ik alleen naar Papendal ging waar ik met een coach oefeningen ging doen om te herstellen. Daar zag ik iemand in een rolstoel heel erg zwoegen. Dat soort dingen maak je op zo’n moment veel heftiger mee. Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn familie, vrienden en teamgenoten. Daardoor ben ik er vrij snel bovenop gekomen. Op het moment dat je vrienden er grappen over gaan maken, weet je dat je op de goede weg bent.”

Wat voor tandheelkundige behandelingen heeft u sindsdien ondergaan?
“Mijn boventanden zijn vastgezet met een spalk. Achterin mijn mond zat een gat op de plek waar mijn ondertanden waren afgebroken. De tanden waar geen parodontaal ligament meer aanwezig was, zijn inmiddels vastgegroeid aan mijn kaakbot. Dat kan de wortels absorberen, waardoor die tanden er ooit misschien uit zullen vallen. Voor nu zitten ze stevig vast en proberen we met een beugel de tanden die achterin mijn mond zaten iets naar voren te schuiven, zodat het gat verder achterin zit. Ik heb nog geen implantaten. Eerst willen ze wat tanden opschuiven, dan kan er later dieper in mijn mond een implantaat gezet worden. Mijn beugel mag er waarschijnlijk over een paar maanden uit. Daarna worden er wat facings opgezet, kronen en een implantaat. Ik zie het zo: het fundament is gelegd, nu moet het huis er nog opgezet worden.”

Bent u tevreden over de behandelingen die u tot nu toe hebt gehad?
“Ja. Kennelijk heb je verschillende methodes om een probleem als het mijne aan te pakken. Er waren tandartsen die aanboden om me te helpen, sommige vanuit commercieel oogpunt, andere kende ik en deden het uit vriendschap. Daar moet je dan een keuze in maken. Ik heb daar zelf een weg in moeten vinden door me veel in te lezen in de verschillende methodes en de voor- en nadelen van behandeltrajecten. Ik ben langs verschillende praktijken gegaan om hun verhalen aan te horen. Uiteindelijk heb ik voor mijn gevoel het juiste pad bewandeld. Ik ben blij dat ik me goed heb ingelezen, want als ik maar wat had gedaan en dan een terugslag had gekregen, was ik misschien gaan twijfelen. Nu weet ik dat ik er zelf volledig achter stond.”

Hoe gaat het nu met u?
“Het gaat wel goed. Ik heb er niet veel hinder meer van. Mijn aangezicht is ook wat beter geworden omdat de tanden wat zijn opgeschoven. Mijn omgeving is het inmiddels wel gewend dat mijn gebit er iets anders uitziet. Als ik foto’s van mezelf zie, denk ik: dat gebit kan nog wel wat beter. Maar eigenlijk valt het qua lasten allemaal wel mee. Ik moet één keer per maand naar de orthodontist, waar ik in het begin twee of drie keer per week met verdovingen in mijn mond uit de tandartsstoel kwam. Het is dus wel wat rustiger. Daardoor word je er wat minder mee geconfronteerd. Ik ben er niet meer dagelijks mee bezig. Ik weet ook dat er geen andere behandelingen zullen plaatsvinden zolang mijn beugel er nog in zit.”

Bent u extra voorzichtig op het veld sinds het ongeluk?
“Nee. Ik geloof dat het gevaar groter is als je bang of voorzichtig bent, omdat je dan minder scherp bent. Terwijl er eigenlijk niks gebeurt als je vol in een duel duikt, omdat het normale situaties zijn. Als je je inhoudt of je schrikt even, is het linker. Ik heb tegen mezelf gezegd dat ik alleen het veld weer op zou stappen als ik er weer vol voor durfde te gaan. Vanaf training één ben ik er in geknald. Misschien was ik juist scherper dan normaal, om mezelf er doorheen te trekken.”

Is het beeld dat u had van tandartsen en orthodontisten veranderd door wat u heeft meegemaakt?
“Ik moet eerlijk zeggen dat ik er niet echt een beeld bij had. Ik was ook niet heel strikt met mijn tandartsbezoekjes. Het is niet zo dat ik ooit bang voor de tandarts ben geweest. Ik vind dat ik nu heel prettig geholpen ben. Ik merk wel dat er in de wereld van tandartsen verschillende stromingen en ideeën zijn op het gebied van behandelingen en wetenschap, terwijl ik dacht dat er maar één manier zou zijn, net als dat bijvoorbeeld je arm breekt en die in het gips wordt gezet. Maar blijkbaar zijn er meerdere soorten aanpakken, dat maakt het als patiënt wel lastig, zeker als je zeker wil weten dat je het goede kiest. Dat heeft me wel verbaasd. Maar qua behandelingen en zorg vind ik het allemaal goed in orde.”

Heeft u er spijt van dat u tijdens het ongeluk geen bitje droeg?
“Het is eigenlijk raar, maar nee. Als ik nu terugkijk, zeg ik tegen mezelf: tuurlijk, waarom had je geen bitje in? Dat had me een hoop ellende bespaard. Maar het was eigenlijk nooit aan de orde. In mijn jeugd heb ik wel bitjes gehad, maar er is nog nooit wat gebeurd met mijn gebit. Ik denk dat veel mensen denken dat zoiets hen niet zal overkomen. Dat dacht ik ook. Ik had het zelfvertrouwen dat ik de ballen wel zou ontwijken, maar ik had niet verwacht dat er een zwaaiende stick tegen mijn mond aan zou komen. Het was een ongebruikelijke situatie, daar houd je geen rekening mee. Op dat moment vond ik het heel logisch dat ik zonder mondbescherming speelde en op dit moment is het logisch dat ik het wel had moeten dragen. Maar ik heb er nooit met spijt op terug gekeken.”

Wat vindt u ervan dat het dragen van een bitje nu verplicht is?
“Op zich goed natuurlijk. Ik denk wel dat veel hockeyers er aan moeten wennen. En wat ik jammer vind, is dat het een extra kostenpost is voor veel mensen. Hoe het bevalt? Ik draag er al één sinds vorig jaar, dus ik ben er inmiddels wel aan gewend. Een nadeel is dat je niet zo makkelijk kunt communiceren als je het bitje in hebt. Maar het is inmiddels wel routine geworden dat ik hem even snel uit doe als ik iets wil zeggen. Ik heb een op maat gemaakt bitje die helemaal om mijn gebit heen zit en echt de kracht verdeelt. Er zijn ook bitjes van vijf euro die je thuis in kokend water legt en die je vervolgens zelf moet happen. Maar dan doe je het niet voor de bescherming, maar puur omdat het moet. Als je echt bescherming wil, moet je toch wel een op maat gemaakt exemplaar hebben.”

Wat voor advies zou u andere hockeyers willen geven op tandheelkundig gebied?
“Uit onderzoek van de hockeybond blijkt dat tweeënhalf procent van de hockeyincidenten mond- of tandletsel tot gevolg heeft. Dat valt heel erg mee, maar áls er iets heftigs gebeurt, dan zit je wel met tienduizenden euro’s aan kosten. Als je dan niets geregeld hebt met je verzekering of club, moet je dat zelf betalen of je hebt geen gebit meer. Denk dus van te voren goed na als je een zorgpakket kiest en over het bitje dat je draagt. Een op maat gemaakte is natuurlijk het beste.”

Bent u nu tegen wil en dank een soort ambassadeur geworden van het hockeybitje?
“Ja, ik ben zelfs letterlijk ambassadeur geworden van Sport Preventie Tandletsel (SPTL). Dat doe ik niet voor het geld, maar omdat ik het zelf eigenlijk vrij logisch vind. Het zou niet goed voelen als ik dit niet zou doen. Ik ben hét voorbeeld van tandletsel op het gebied van sport en hoe heftig het kan zijn. Dat wens ik niemand toe, dus ik hoop oprecht dat mensen zich op een goede manier gaan beschermen. Mensen van andere sporten zullen mij waarschijnlijk niet kennen, maar ze kunnen altijd even opzoeken hoe het gebeurd is, hoe het eruit ziet en wat voor problemen je kunt krijgen. Dan denken ze misschien wel twee keer na.”

In een komend Nt zal aandacht worden besteed aan de relatie tussen  topsport en mondgezondheid.

Tekst: Laura Jansen; Foto’s: Koen Suyk, Haarlem

CV Seve van Ass (1992) Carrière: Begint met hockey bij HV Victoria in Rotterdam, in 2008 HGC in Wassenaar, in 2013 HC Rotterdam. Debuteert in 2010 in het Nederlands team. Studie: Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit. Hobby’s: Golfen, tennissen, motorrijden, kaarten.

Sport Preventie Tandletsel Sport Preventie Tandletsel (SPTL) promoot het dragen van individueel vervaardigde gebitbeschermers. Het heeft onder meer tot doel sporters bewuster te maken over de toename van tandletselrisico’s door sporten.

Informatie: http://www.gebit.nl/ons-aanbod/gebitsbescherming/sptl/.

Top